Vervoeging van weven


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik weef
    • jij weeft
    • hij/zij/het weeft
    • wij weven
    • jullie weven
    • zij weven
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik weefde
    • jij weefde
    • hij/zij/het weefde
    • wij weefden
    • jullie weefden
    • zij weefden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geweven
    • jij hebt geweven
    • hij/zij/het heeft geweven
    • wij hebben geweven
    • jullie hebben geweven
    • zij hebben geweven
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geweven
    • jij had geweven
    • hij/zij/het had geweven
    • wij hadden geweven
    • jullie hadden geweven
    • zij hadden geweven
  • Toekomende tijd I

    • ik zal weven
    • jij zult weven
    • hij/zij/het zal weven
    • wij zullen weven
    • jullie zullen weven
    • zij zullen weven
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geweven hebben
    • jij zult geweven hebben
    • hij/zij/het zal geweven hebben
    • wij zullen geweven hebben
    • jullie zullen geweven hebben
    • zij zullen geweven hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou weven
    • jij zou weven
    • hij/zij/het zou weven
    • wij zouden weven
    • jullie zouden weven
    • zij zouden weven
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geweven
    • jij zou hebben geweven
    • hij/zij/het zou hebben geweven
    • wij zouden hebben geweven
    • jullie zouden hebben geweven
    • zij zouden hebben geweven
  • Imperatief

    • jij weef
    • jullie weeft

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van weven