Vervoeging van duveljagen

Onbepaalde wijs (infinitief): duveljagen

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik duveljaag
    • jij duveljaagt
    • hij/zij/het duveljaagt
    • wij duveljagen
    • jullie duveljagen
    • zij duveljagen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik duveljaagde
    • jij duveljaagde
    • hij/zij/het duveljaagde
    • wij duveljaagden
    • jullie duveljaagden
    • zij duveljaagden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geduveljaagd
    • jij hebt geduveljaagd
    • hij/zij/het heeft geduveljaagd
    • wij hebben geduveljaagd
    • jullie hebben geduveljaagd
    • zij hebben geduveljaagd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geduveljaagd
    • jij had geduveljaagd
    • hij/zij/het had geduveljaagd
    • wij hadden geduveljaagd
    • jullie hadden geduveljaagd
    • zij hadden geduveljaagd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal duveljagen
    • jij zult duveljagen
    • hij/zij/het zal duveljagen
    • wij zullen duveljagen
    • jullie zullen duveljagen
    • zij zullen duveljagen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geduveljaagd hebben
    • jij zult geduveljaagd hebben
    • hij/zij/het zal geduveljaagd hebben
    • wij zullen geduveljaagd hebben
    • jullie zullen geduveljaagd hebben
    • zij zullen geduveljaagd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou duveljagen
    • jij zou duveljagen
    • hij/zij/het zou duveljagen
    • wij zouden duveljagen
    • jullie zouden duveljagen
    • zij zouden duveljagen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geduveljaagd
    • jij zou hebben geduveljaagd
    • hij/zij/het zou hebben geduveljaagd
    • wij zouden hebben geduveljaagd
    • jullie zouden hebben geduveljaagd
    • zij zouden hebben geduveljaagd
  • Imperatief

    • jij duveljaag
    • jullie duveljaagt