Vervoeging van renderen
Onbepaalde wijs (infinitief): renderen
Nederlands
Engels
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- hij/zij/het rendeert
- zij renderen
Present
- he/she/it compensates
- they compensate
Onvoltooid verleden tijd
- hij/zij/het rendeerde
- zij rendeerden
Simple past
- he/she/it compensated
- they compensated
Voltooid tegenwoordige tijd
- hij/zij/het heeft gerendeerd
- zij hebben gerendeerd
Present perfect
- he/she/it has compensated
- they have compensated
Voltooid verleden tijd
- hij/zij/het had gerendeerd
- zij hadden gerendeerd
Past perfect
- he/she/it had compensated
- they had compensated
Toekomende tijd I
- hij/zij/het zal renderen
- zij zult renderen
Future
- he/she/it will compensate
- they will compensate
Toekomende tijd II
- hij/zij/het zal gerendeerd hebben
- zij zult gerendeerd hebben
Future perfect
- he/she/it will have compensated
- they will have compensated
Conditionalis I
- hij/zij/het zal renderen
- zij zullen renderen
Conditional present
- he/she/it would compensate
- they would compensate
Conditionalis II
- hij/zij/het zal hebben gerendeerd
- zij zullen hebben gerendeerd
Conditional perfect
- he/she/it would have compensated
- they would have compensated