Vervoeging van vaneenvallen

Onbepaalde wijs (infinitief): vaneenvallen

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik val vaneen
    • jij valt vaneen
    • hij/zij/het valt vaneen
    • wij vallen vaneen
    • jullie vallen vaneen
    • zij vallen vaneen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik viel vaneen
    • jij viel vaneen
    • hij/zij/het viel vaneen
    • wij vielen vaneen
    • jullie vielen vaneen
    • zij vielen vaneen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik ben vaneengevallen
    • jij bent vaneengevallen
    • hij/zij/het is vaneengevallen
    • wij zijn vaneengevallen
    • jullie zijn vaneengevallen
    • zij zijn vaneengevallen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik was vaneengevallen
    • jij was vaneengevallen
    • hij/zij/het was vaneengevallen
    • wij waren vaneengevallen
    • jullie waren vaneengevallen
    • zij waren vaneengevallen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal vaneenvallen
    • jij zult vaneenvallen
    • hij/zij/het zal vaneenvallen
    • wij zullen vaneenvallen
    • jullie zullen vaneenvallen
    • zij zullen vaneenvallen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal vaneengevallen zijn
    • jij zult vaneengevallen zijn
    • hij/zij/het zal vaneengevallen zijn
    • wij zullen vaneengevallen zijn
    • jullie zullen vaneengevallen zijn
    • zij zullen vaneengevallen zijn
  • Conditionalis I

    • ik zou vaneenvallen
    • jij zou vaneenvallen
    • hij/zij/het zou vaneenvallen
    • wij zouden vaneenvallen
    • jullie zouden vaneenvallen
    • zij zouden vaneenvallen
  • Conditionalis II

    • ik zou zijn vaneengevallen
    • jij zou zijn vaneengevallen
    • hij/zij/het zou zijn vaneengevallen
    • wij zouden zijn vaneengevallen
    • jullie zouden zijn vaneengevallen
    • zij zouden zijn vaneengevallen
  • Imperatief

    • jij val vaneen
    • jullie valt vaneen