Vervoeging van zakendoen
Onbepaalde wijs (infinitief): zakendoen
Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik doe zaken
- jij doet zaken
- hij/zij/het doet zaken
- wij doen zaken
- jullie doen zaken
- zij doen zaken
Onvoltooid verleden tijd
- ik deed zaken
- jij deed zaken
- hij/zij/het deed zaken
- wij deden zaken
- jullie deden zaken
- zij deden zaken
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik heb zakengedaan
- jij hebt zakengedaan
- hij/zij/het heeft zakengedaan
- wij hebben zakengedaan
- jullie hebben zakengedaan
- zij hebben zakengedaan
Voltooid verleden tijd
- ik had zakengedaan
- jij had zakengedaan
- hij/zij/het had zakengedaan
- wij hadden zakengedaan
- jullie hadden zakengedaan
- zij hadden zakengedaan
Toekomende tijd I
- ik zal zakendoen
- jij zult zakendoen
- hij/zij/het zal zakendoen
- wij zullen zakendoen
- jullie zullen zakendoen
- zij zullen zakendoen
Toekomende tijd II
- ik zal zakengedaan hebben
- jij zult zakengedaan hebben
- hij/zij/het zal zakengedaan hebben
- wij zullen zakengedaan hebben
- jullie zullen zakengedaan hebben
- zij zullen zakengedaan hebben
Conditionalis I
- ik zou zakendoen
- jij zou zakendoen
- hij/zij/het zou zakendoen
- wij zouden zakendoen
- jullie zouden zakendoen
- zij zouden zakendoen
Conditionalis II
- ik zou hebben zakengedaan
- jij zou hebben zakengedaan
- hij/zij/het zou hebben zakengedaan
- wij zouden hebben zakengedaan
- jullie zouden hebben zakengedaan
- zij zouden hebben zakengedaan
Imperatief
- jij doe zaken
- jullie doet zaken