Vervoeging van camoufleren
Onbepaalde wijs (infinitief): camoufleren
Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- ik camoufleer
- jij camoufleert
- hij/zij/het camoufleert
- wij camoufleren
- jullie camoufleren
- zij camoufleren
Onvoltooid verleden tijd
- ik camoufleerde
- jij camoufleerde
- hij/zij/het camoufleerde
- wij camoufleerden
- jullie camoufleerden
- zij camoufleerden
Voltooid tegenwoordige tijd
- ik heb gecamoufleerd
- jij hebt gecamoufleerd
- hij/zij/het heeft gecamoufleerd
- wij hebben gecamoufleerd
- jullie hebben gecamoufleerd
- zij hebben gecamoufleerd
Voltooid verleden tijd
- ik had gecamoufleerd
- jij had gecamoufleerd
- hij/zij/het had gecamoufleerd
- wij hadden gecamoufleerd
- jullie hadden gecamoufleerd
- zij hadden gecamoufleerd
Toekomende tijd I
- ik zal camoufleren
- jij zult camoufleren
- hij/zij/het zal camoufleren
- wij zullen camoufleren
- jullie zullen camoufleren
- zij zullen camoufleren
Toekomende tijd II
- ik zal gecamoufleerd hebben
- jij zult gecamoufleerd hebben
- hij/zij/het zal gecamoufleerd hebben
- wij zullen gecamoufleerd hebben
- jullie zullen gecamoufleerd hebben
- zij zullen gecamoufleerd hebben
Conditionalis I
- ik zou camoufleren
- jij zou camoufleren
- hij/zij/het zou camoufleren
- wij zouden camoufleren
- jullie zouden camoufleren
- zij zouden camoufleren
Conditionalis II
- ik zou hebben gecamoufleerd
- jij zou hebben gecamoufleerd
- hij/zij/het zou hebben gecamoufleerd
- wij zouden hebben gecamoufleerd
- jullie zouden hebben gecamoufleerd
- zij zouden hebben gecamoufleerd
Imperatief
- jij camoufleer
- jullie camoufleert