Vervoeging van flecteren

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik flecteer
    • jij flecteert
    • hij/zij/het flecteert
    • wij flecteren
    • jullie flecteren
    • zij flecteren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik flecteerde
    • jij flecteerde
    • hij/zij/het flecteerde
    • wij flecteerden
    • jullie flecteerden
    • zij flecteerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb geflecteerd
    • jij hebt geflecteerd
    • hij/zij/het heeft geflecteerd
    • wij hebben geflecteerd
    • jullie hebben geflecteerd
    • zij hebben geflecteerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had geflecteerd
    • jij had geflecteerd
    • hij/zij/het had geflecteerd
    • wij hadden geflecteerd
    • jullie hadden geflecteerd
    • zij hadden geflecteerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal flecteren
    • jij zult flecteren
    • hij/zij/het zal flecteren
    • wij zullen flecteren
    • jullie zullen flecteren
    • zij zullen flecteren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal geflecteerd hebben
    • jij zult geflecteerd hebben
    • hij/zij/het zal geflecteerd hebben
    • wij zullen geflecteerd hebben
    • jullie zullen geflecteerd hebben
    • zij zullen geflecteerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou flecteren
    • jij zou flecteren
    • hij/zij/het zou flecteren
    • wij zouden flecteren
    • jullie zouden flecteren
    • zij zouden flecteren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben geflecteerd
    • jij zou hebben geflecteerd
    • hij/zij/het zou hebben geflecteerd
    • wij zouden hebben geflecteerd
    • jullie zouden hebben geflecteerd
    • zij zouden hebben geflecteerd
  • Imperatief

    • jij flecteer
    • jullie flecteert