Vervoeging van giebelen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik giebel
    • jij giebelt
    • hij/zij/het giebelt
    • wij giebelen
    • jullie giebelen
    • zij giebelen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik giebelde
    • jij giebelde
    • hij/zij/het giebelde
    • wij giebelden
    • jullie giebelden
    • zij giebelden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gegiebeld
    • jij hebt gegiebeld
    • hij/zij/het heeft gegiebeld
    • wij hebben gegiebeld
    • jullie hebben gegiebeld
    • zij hebben gegiebeld
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gegiebeld
    • jij had gegiebeld
    • hij/zij/het had gegiebeld
    • wij hadden gegiebeld
    • jullie hadden gegiebeld
    • zij hadden gegiebeld
  • Toekomende tijd I

    • ik zal giebelen
    • jij zult giebelen
    • hij/zij/het zal giebelen
    • wij zullen giebelen
    • jullie zullen giebelen
    • zij zullen giebelen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gegiebeld hebben
    • jij zult gegiebeld hebben
    • hij/zij/het zal gegiebeld hebben
    • wij zullen gegiebeld hebben
    • jullie zullen gegiebeld hebben
    • zij zullen gegiebeld hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou giebelen
    • jij zou giebelen
    • hij/zij/het zou giebelen
    • wij zouden giebelen
    • jullie zouden giebelen
    • zij zouden giebelen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gegiebeld
    • jij zou hebben gegiebeld
    • hij/zij/het zou hebben gegiebeld
    • wij zouden hebben gegiebeld
    • jullie zouden hebben gegiebeld
    • zij zouden hebben gegiebeld
  • Imperatief

    • jij giebel
    • jullie giebelt

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van giebelen