Vervoeging van teisteren
Onbepaalde wijs (infinitief): teisteren
Nederlands
Italiaans
Onvoltooid tegenwoordige tijd
- hij/zij/het teistert
- zij teisteren
Presente
- lui/lei/Lei colpisce
- loro/Loro colpiscono
Onvoltooid verleden tijd
- hij/zij/het teisterde
- zij teisterden
Imperfetto
- lui/lei/Lei colpiva
- loro/Loro colpivano
Voltooid tegenwoordige tijd
- hij/zij/het heeft geteisterd
- zij hebben geteisterd
Passato prossimo
- lui/lei/Lei ha colpito
- loro/Loro hanno colpito
Voltooid verleden tijd
- hij/zij/het had geteisterd
- zij hadden geteisterd
Trapassato prossimo
- lui/lei/Lei aveva colpito
- loro/Loro avevano colpito
Toekomende tijd I
- hij/zij/het zal teisteren
- zij zult teisteren
Futuro semplice
- lui/lei/Lei colpirà
- loro/Loro colpiranno
Toekomende tijd II
- hij/zij/het zal geteisterd hebben
- zij zult geteisterd hebben
Futuro anteriore
- lui/lei/Lei avrà colpito
- loro/Loro avranno colpito
Conditionalis I
- hij/zij/het zal teisteren
- zij zullen teisteren
Condizionale presente
- lui/lei/Lei colpirebbe
- loro/Loro colpirebbero
Conditionalis II
- hij/zij/het zal hebben geteisterd
- zij zullen hebben geteisterd
Condizionale passato
- lui/lei/Lei avrebbe colpito
- loro/Loro avrebbero colpito