Vervoeging van aanspannen

Onbepaalde wijs (infinitief): aanspannen


Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik span aan
  • jij spant aan
  • hij/zij/het spant aan
  • wij spannen aan
  • jullie spannen aan
  • zij spannen aan

Present

  • I litigate
  • you litigate
  • he/she/it litigates
  • we litigate
  • you litigate
  • they litigate

Onvoltooid verleden tijd

  • ik spande aan
  • jij spande aan
  • hij/zij/het spande aan
  • wij spanden aan
  • jullie spanden aan
  • zij spanden aan

Simple past

  • I litigated
  • you litigated
  • he/she/it litigated
  • we litigated
  • you litigated
  • they litigated

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb aangespannen
  • jij hebt aangespannen
  • hij/zij/het heeft aangespannen
  • wij hebben aangespannen
  • jullie hebben aangespannen
  • zij hebben aangespannen

Present perfect

  • I have litigated
  • you have litigated
  • he/she/it has litigated
  • we have litigated
  • you have litigated
  • they have litigated

Voltooid verleden tijd

  • ik had aangespannen
  • jij had aangespannen
  • hij/zij/het had aangespannen
  • wij hadden aangespannen
  • jullie hadden aangespannen
  • zij hadden aangespannen

Past perfect

  • I had litigated
  • you had litigated
  • he/she/it had litigated
  • we had litigated
  • you had litigated
  • they had litigated

Toekomende tijd I

  • ik zal aanspannen
  • jij zult aanspannen
  • hij/zij/het zal aanspannen
  • wij zullen aanspannen
  • jullie zullen aanspannen
  • zij zullen aanspannen

Future

  • I will litigate
  • you will litigate
  • he/she/it will litigate
  • we will litigate
  • you will litigate
  • they will litigate

Toekomende tijd II

  • ik zal aangespannen hebben
  • jij zult aangespannen hebben
  • hij/zij/het zal aangespannen hebben
  • wij zullen aangespannen hebben
  • jullie zullen aangespannen hebben
  • zij zullen aangespannen hebben

Future perfect

  • I will have litigated
  • you will have litigated
  • he/she/it will have litigated
  • we will have litigated
  • you will have litigated
  • they will have litigated

Conditionalis I

  • ik zou aanspannen
  • jij zou aanspannen
  • hij/zij/het zou aanspannen
  • wij zouden aanspannen
  • jullie zouden aanspannen
  • zij zouden aanspannen

Conditional present

  • I would litigate
  • you would litigate
  • he/she/it would litigate
  • we would litigate
  • you would litigate
  • they would litigate

Conditionalis II

  • ik zou hebben aangespannen
  • jij zou hebben aangespannen
  • hij/zij/het zou hebben aangespannen
  • wij zouden hebben aangespannen
  • jullie zouden hebben aangespannen
  • zij zouden hebben aangespannen

Conditional perfect

  • I would have litigated
  • you would have litigated
  • he/she/it would have litigated
  • we would have litigated
  • you would have litigated
  • they would have litigated

Imperatief

  • jij span aan
  • jullie spant aan

Imperative

  • you litigate
  • you litigate

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van aanspannen