Vervoeging van bespreken


Nederlands

Italiaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik bespreek
  • jij bespreekt
  • hij/zij/het bespreekt
  • wij bespreken
  • jullie bespreken
  • zij bespreken

Presente

  • io riservo
  • tu riservi
  • lui/lei/Lei riserva
  • noi riserviamo
  • voi/Voi riservate
  • loro/Loro riservano

Onvoltooid verleden tijd

  • ik besprak
  • jij besprak
  • hij/zij/het besprak
  • wij bespraken
  • jullie bespraken
  • zij bespraken

Imperfetto

  • io riservavo
  • tu riservavi
  • lui/lei/Lei riservava
  • noi riservavamo
  • voi/Voi riservavate
  • loro/Loro riservavano

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb besproken
  • jij hebt besproken
  • hij/zij/het heeft besproken
  • wij hebben besproken
  • jullie hebben besproken
  • zij hebben besproken

Passato prossimo

  • io ho riservato
  • tu hai riservato
  • lui/lei/Lei ha riservato
  • noi abbiamo riservato
  • voi/Voi avete riservato
  • loro/Loro hanno riservato

Voltooid verleden tijd

  • ik had besproken
  • jij had besproken
  • hij/zij/het had besproken
  • wij hadden besproken
  • jullie hadden besproken
  • zij hadden besproken

Trapassato prossimo

  • io avevo riservato
  • tu avevi riservato
  • lui/lei/Lei aveva riservato
  • noi avevamo riservato
  • voi/Voi avevate riservato
  • loro/Loro avevano riservato

Toekomende tijd I

  • ik zal bespreken
  • jij zult bespreken
  • hij/zij/het zal bespreken
  • wij zullen bespreken
  • jullie zullen bespreken
  • zij zullen bespreken

Futuro semplice

  • io riserverò
  • tu riserverai
  • lui/lei/Lei riserverà
  • noi riserveremo
  • voi/Voi riserverete
  • loro/Loro riserveranno

Toekomende tijd II

  • ik zal besproken hebben
  • jij zult besproken hebben
  • hij/zij/het zal besproken hebben
  • wij zullen besproken hebben
  • jullie zullen besproken hebben
  • zij zullen besproken hebben

Futuro anteriore

  • io avrò riservato
  • tu avrai riservato
  • lui/lei/Lei avrà riservato
  • noi avremo riservato
  • voi/Voi avrete riservato
  • loro/Loro avranno riservato

Conditionalis I

  • ik zou bespreken
  • jij zou bespreken
  • hij/zij/het zou bespreken
  • wij zouden bespreken
  • jullie zouden bespreken
  • zij zouden bespreken

Condizionale presente

  • io riserverei
  • tu riserveresti
  • lui/lei/Lei riserverebbe
  • noi riserveremmo
  • voi/Voi riservereste
  • loro/Loro riserverebbero

Conditionalis II

  • ik zou hebben besproken
  • jij zou hebben besproken
  • hij/zij/het zou hebben besproken
  • wij zouden hebben besproken
  • jullie zouden hebben besproken
  • zij zouden hebben besproken

Condizionale passato

  • io avrei riservato
  • tu avresti riservato
  • lui/lei/Lei avrebbe riservato
  • noi avremmo riservato
  • voi/Voi avreste riservato
  • loro/Loro avrebbero riservato

Imperatief

  • jij bespreek
  • jullie bespreekt

Imperativo

  • tu riserva
  • voi/Voi riservate

Verwijzingen

Bekijk 3 definitie(s) van bespreken