Vervoeging van contracteren

Onbepaalde wijs (infinitief): contracteren


Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik contracteer
  • jij contracteert
  • hij/zij/het contracteert
  • wij contracteren
  • jullie contracteren
  • zij contracteren

Indicativo presente

  • yo destajo
  • destajas
  • él/ella destaja
  • nosotros destajamos
  • vosotros destajáis
  • ellos/ellas destajan

Onvoltooid verleden tijd

  • ik contracteerde
  • jij contracteerde
  • hij/zij/het contracteerde
  • wij contracteerden
  • jullie contracteerden
  • zij contracteerden

Indefinido

  • yo destajé
  • destajaste
  • él/ella destajó
  • nosotros destajamos
  • vosotros destajasteis
  • ellos/ellas destajaron

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb gecontracteerd
  • jij hebt gecontracteerd
  • hij/zij/het heeft gecontracteerd
  • wij hebben gecontracteerd
  • jullie hebben gecontracteerd
  • zij hebben gecontracteerd

Pretérito perfecto compuesto

  • yo he destajado
  • has destajado
  • él/ella ha destajado
  • nosotros hemos destajado
  • vosotros habéis destajado
  • ellos/ellas han destajado

Voltooid verleden tijd

  • ik had gecontracteerd
  • jij had gecontracteerd
  • hij/zij/het had gecontracteerd
  • wij hadden gecontracteerd
  • jullie hadden gecontracteerd
  • zij hadden gecontracteerd

Pluscuamperfecto

  • yo había destajado
  • habías destajado
  • él/ella había destajado
  • nosotros habíamos destajado
  • vosotros habíais destajado
  • ellos/ellas habían destajado

Toekomende tijd I

  • ik zal contracteren
  • jij zult contracteren
  • hij/zij/het zal contracteren
  • wij zullen contracteren
  • jullie zullen contracteren
  • zij zullen contracteren

Futuro I

  • yo destajaré
  • destajarás
  • él/ella destajará
  • nosotros destajaremos
  • vosotros destajaréis
  • ellos/ellas destajarán

Toekomende tijd II

  • ik zal gecontracteerd hebben
  • jij zult gecontracteerd hebben
  • hij/zij/het zal gecontracteerd hebben
  • wij zullen gecontracteerd hebben
  • jullie zullen gecontracteerd hebben
  • zij zullen gecontracteerd hebben

Futuro perfecto

  • yo habré destajado
  • habrás destajado
  • él/ella habrá destajado
  • nosotros habremos destajado
  • vosotros habréis destajado
  • ellos/ellas habrán destajado

Conditionalis I

  • ik zou contracteren
  • jij zou contracteren
  • hij/zij/het zou contracteren
  • wij zouden contracteren
  • jullie zouden contracteren
  • zij zouden contracteren

Condicional

  • yo destajaría
  • destajarías
  • él/ella destajaría
  • nosotros destajaríamos
  • vosotros destajaríais
  • ellos/ellas destajarían

Conditionalis II

  • ik zou hebben gecontracteerd
  • jij zou hebben gecontracteerd
  • hij/zij/het zou hebben gecontracteerd
  • wij zouden hebben gecontracteerd
  • jullie zouden hebben gecontracteerd
  • zij zouden hebben gecontracteerd

Condicional perfecto

  • yo habría destajado
  • habrías destajado
  • él/ella habría destajado
  • nosotros habríamos destajado
  • vosotros habríais destajado
  • ellos/ellas habrían destajado

Imperatief

  • jij contracteer
  • jullie contracteert

Imperativo presente

  • destaja
  • vosotros destajad

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van contracteren