Vervoeging van cost

Engels

Nederlands

Present

  • I cost
  • you cost
  • he/she/it costs
  • we cost
  • you cost
  • they cost

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik kom
  • jij komt
  • hij/zij/het komt
  • wij komen
  • jullie komen
  • zij komen

Simple past

  • I cost
  • you cost
  • he/she/it cost
  • we cost
  • you cost
  • they cost

Onvoltooid verleden tijd

  • ik kwam
  • jij kwam
  • hij/zij/het kwam
  • wij kwamen
  • jullie kwamen
  • zij kwamen

Present perfect

  • I have cost
  • you have cost
  • he/she/it has cost
  • we have cost
  • you have cost
  • they have cost

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik ben gekomen
  • jij bent gekomen
  • hij/zij/het is gekomen
  • wij zijn gekomen
  • jullie zijn gekomen
  • zij zijn gekomen

Past perfect

  • I had cost
  • you had cost
  • he/she/it had cost
  • we had cost
  • you had cost
  • they had cost

Voltooid verleden tijd

  • ik was gekomen
  • jij was gekomen
  • hij/zij/het was gekomen
  • wij waren gekomen
  • jullie waren gekomen
  • zij waren gekomen

Future

  • I will cost
  • you will cost
  • he/she/it will cost
  • we will cost
  • you will cost
  • they will cost

Toekomende tijd I

  • ik zal komen
  • jij zult komen
  • hij/zij/het zal komen
  • wij zullen komen
  • jullie zullen komen
  • zij zullen komen

Future perfect

  • I will have cost
  • you will have cost
  • he/she/it will have cost
  • we will have cost
  • you will have cost
  • they will have cost

Toekomende tijd II

  • ik zal gekomen zijn
  • jij zult gekomen zijn
  • hij/zij/het zal gekomen zijn
  • wij zullen gekomen zijn
  • jullie zullen gekomen zijn
  • zij zullen gekomen zijn

Conditional present

  • I would cost
  • you would cost
  • he/she/it would cost
  • we would cost
  • you would cost
  • they would cost

Conditionalis I

  • ik zou komen
  • jij zou komen
  • hij/zij/het zou komen
  • wij zouden komen
  • jullie zouden komen
  • zij zouden komen

Conditional perfect

  • I would have cost
  • you would have cost
  • he/she/it would have cost
  • we would have cost
  • you would have cost
  • they would have cost

Conditionalis II

  • ik zou zijn gekomen
  • jij zou zijn gekomen
  • hij/zij/het zou zijn gekomen
  • wij zouden zijn gekomen
  • jullie zouden zijn gekomen
  • zij zouden zijn gekomen

Imperative

  • you cost
  • you cost

Imperatief

  • jij kom
  • jullie komt

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van cost