Vervoeging van indicate


Engels

Nederlands

Present

  • I indicate
  • you indicate
  • he/she/it indicates
  • we indicate
  • you indicate
  • they indicate

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik blaas in
  • jij blaast in
  • hij/zij/het blaast in
  • wij blazen in
  • jullie blazen in
  • zij blazen in

Simple past

  • I indicated
  • you indicated
  • he/she/it indicated
  • we indicated
  • you indicated
  • they indicated

Onvoltooid verleden tijd

  • ik blies in
  • jij blies in
  • hij/zij/het blies in
  • wij bliezen in
  • jullie bliezen in
  • zij bliezen in

Present perfect

  • I have indicated
  • you have indicated
  • he/she/it has indicated
  • we have indicated
  • you have indicated
  • they have indicated

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb ingeblazen
  • jij hebt ingeblazen
  • hij/zij/het heeft ingeblazen
  • wij hebben ingeblazen
  • jullie hebben ingeblazen
  • zij hebben ingeblazen

Past perfect

  • I had indicated
  • you had indicated
  • he/she/it had indicated
  • we had indicated
  • you had indicated
  • they had indicated

Voltooid verleden tijd

  • ik had ingeblazen
  • jij had ingeblazen
  • hij/zij/het had ingeblazen
  • wij hadden ingeblazen
  • jullie hadden ingeblazen
  • zij hadden ingeblazen

Future

  • I will indicate
  • you will indicate
  • he/she/it will indicate
  • we will indicate
  • you will indicate
  • they will indicate

Toekomende tijd I

  • ik zal inblazen
  • jij zult inblazen
  • hij/zij/het zal inblazen
  • wij zullen inblazen
  • jullie zullen inblazen
  • zij zullen inblazen

Future perfect

  • I will have indicated
  • you will have indicated
  • he/she/it will have indicated
  • we will have indicated
  • you will have indicated
  • they will have indicated

Toekomende tijd II

  • ik zal ingeblazen hebben
  • jij zult ingeblazen hebben
  • hij/zij/het zal ingeblazen hebben
  • wij zullen ingeblazen hebben
  • jullie zullen ingeblazen hebben
  • zij zullen ingeblazen hebben

Conditional present

  • I would indicate
  • you would indicate
  • he/she/it would indicate
  • we would indicate
  • you would indicate
  • they would indicate

Conditionalis I

  • ik zou inblazen
  • jij zou inblazen
  • hij/zij/het zou inblazen
  • wij zouden inblazen
  • jullie zouden inblazen
  • zij zouden inblazen

Conditional perfect

  • I would have indicated
  • you would have indicated
  • he/she/it would have indicated
  • we would have indicated
  • you would have indicated
  • they would have indicated

Conditionalis II

  • ik zou hebben ingeblazen
  • jij zou hebben ingeblazen
  • hij/zij/het zou hebben ingeblazen
  • wij zouden hebben ingeblazen
  • jullie zouden hebben ingeblazen
  • zij zouden hebben ingeblazen

Imperative

  • you indicate
  • you indicate

Imperatief

  • jij blaas in
  • jullie blaast in

Verwijzingen

Bekijk 9 definitie(s) van indicate