Vervoeging van murmur


Engels

Nederlands

Present

  • he/she/it murmurs
  • they murmur

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het ruist
  • zij ruisen

Simple past

  • he/she/it murmured
  • they murmured

Onvoltooid verleden tijd

  • hij/zij/het ruiste
  • zij ruisten

Present perfect

  • he/she/it has murmured
  • they have murmured

Voltooid tegenwoordige tijd

  • hij/zij/het heeft geruist
  • zij hebben geruist

Past perfect

  • he/she/it had murmured
  • they had murmured

Voltooid verleden tijd

  • hij/zij/het had geruist
  • zij hadden geruist

Future

  • he/she/it will murmur
  • they will murmur

Toekomende tijd I

  • hij/zij/het zal ruisen
  • zij zult ruisen

Future perfect

  • he/she/it will have murmured
  • they will have murmured

Toekomende tijd II

  • hij/zij/het zal geruist hebben
  • zij zult geruist hebben

Conditional present

  • he/she/it would murmur
  • they would murmur

Conditionalis I

  • hij/zij/het zal ruisen
  • zij zullen ruisen

Conditional perfect

  • he/she/it would have murmured
  • they would have murmured

Conditionalis II

  • hij/zij/het zal hebben geruist
  • zij zullen hebben geruist

Verwijzingen

Bekijk 5 definitie(s) van murmur