Vertaling van prendre

Frans
Nederlands
prendre {ww.}
nemen 
vatten 
aanvatten
pakken
oprapen
Tu dois prendre le taureau par les cornes.
Je moet de koe bij de horens vatten.
Je vais prendre ce parapluie.
Ik zal deze paraplu nemen.
prendre, choisir
kiezen
opteren
uitkiezen
selecteren
prendre
nemen
innemen
prendre, emporter
brengen
meenemen
prendre
belegeren
veroveren
innemen
bezetten
prendre
pakken
nemen
grijpen
vastgrijpen
beetpakken
graaien
grissen
toegrijpen
vastnemen
vatten
accepter, accueillir, admettre, agréer, recevoir, recueillir, adopter, prendre, revêtir, comporter, souffrir, assumer {ww.}
ontvangen 
accepteren 
aannemen 
Je viens de recevoir votre lettre.
Ik heb zojuist uw brief ontvangen.

Gerelateerd aan prendre

choisir - emporter - accepter - accueillir - admettre - agréer - recevoir - recueillir - adopter - revêtir - comporter - souffrir - assumer