Vertalen.nu
Vraagbaak
Inloggen
Vertalen
Zinnen vertalen
Woordenboek
Vervoegen
Zinnenboek
Mijn Vertalen.nu
Nederlands
Engels
Frans
Duits
Spaans
Italiaans
Portugees
Deens
Zweeds
Latijn
Nederlands
Engels
Frans
Duits
Spaans
Italiaans
Portugees
Deens
Zweeds
Latijn
Vertaling van
revêtir
Inhoud:
woordenboek
|
gerelateerd
|
Frans
Nederlands
revêtir
{ww.}
bepleisteren
stukadoren
pleisteren
habiller
,
revêtir
,
vêtir
{ww.}
staan
aankleden
omkleden
kleden
recouvrir
,
revêtir
,
tapisser
{ww.}
overtrekken
bekleden
accepter
,
accueillir
,
admettre
,
agréer
,
recevoir
,
recueillir
,
adopter
,
prendre
,
revêtir
,
comporter
,
souffrir
,
assumer
{ww.}
aannemen
ontvangen
accepteren
appliquer
,
imposer
,
mettre
,
revêtir
{ww.}
aantrekken
aanbrengen
opbrengen
opleggen
aandoen
Que vais-je
mettre
: un pantalon ou une jupe ?
Wat zal ik
aantrekken
: een broek of een rok?
Gerelateerd aan
revêtir
synoniemen
habiller
-
vêtir
-
recouvrir
-
tapisser
-
accepter
-
accueillir
-
admettre
-
agréer
-
recevoir
-
recueillir
-
adopter
-
prendre
-
comporter
-
souffrir
-
assumer