Vertaling van prendre

Inhoud:

Frans
Nederlands
prendre {ww.}
nemen 
vatten 
aanvatten
pakken
oprapen
Je vais prendre ce parapluie.
Ik zal deze paraplu nemen.
Tu dois prendre le taureau par les cornes.
Je moet de koe bij de horens vatten.
accepter, accueillir, admettre, agréer, recevoir, recueillir, adopter, prendre, revêtir, comporter, souffrir, assumer {ww.}
ontvangen 
accepteren 
aannemen 
Je viens de recevoir votre lettre.
Ik heb zojuist uw brief ontvangen.

Voorbeelden in zinsverband

Frans
Nederlands

J'aime prendre des photos.

Ik maak graag foto's.

Je vais prendre ce parapluie.

Ik zal deze paraplu nemen.

Qui pourrait prendre sa place ?

Wie zou hem kunnen vervangen?

Je dois prendre des médicaments.

Ik moet medicijnen gebruiken.

Puis-je prendre votre photo ?

Mag ik een foto van u maken?

Elle aime prendre des photos.

Ze neemt graag foto's.

J'ai besoin de prendre une douche.

Ik moet onder de douche.

Je veux prendre mon petit déjeuner.

Ik wil mijn ontbijt.

Le car s'arrêta prendre des passagers.

De bus stopte om passagiers in te laten stappen.

Elle a refusé de prendre l'argent.

Ze weigerde het geld te nemen.

Vous devez prendre le bus numéro 5.

Jullie moeten bus 5 nemen.

Tu dois prendre en compte son âge.

Je moet rekening houden met zijn leeftijd.

Veuillez prendre davantage de soin à l'avenir.

Wees alsjeblieft meer voorzichtig in de toekomst.

Je préfère aller en train que prendre un avion.

Ik reis liever met de trein dan met de vliegtuig.

Pour faire cela, il te faut prendre des risques.

Om dat te doen, moet je risico's nemen.


Gerelateerd aan prendre

accepter - accueillir - admettre - agréer - recevoir - recueillir - adopter - revêtir - comporter - souffrir - assumer