Vertaling van stolen.

Inhoud:

Engels
Nederlands
to steal, to abduct {ww.}
ontroven

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik heb ontroofd
jij hebt ontroofd
hij/zij/het heeft ontroofd
» meer vervoegingen van ontroven

to steal {ww.}
sluipen

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik ben geslopen
jij bent geslopen
hij/zij/het is geslopen
» meer vervoegingen van sluipen

to steal, to abstract, to nick, to purloin {ww.}
stelen 
ontvreemden
gappen 

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik heb gestolen
jij hebt gestolen
hij/zij/het heeft gestolen
» meer vervoegingen van stelen

Can you teach me how to steal?
Kunt ge mij het stelen aanleren?
to steal, to skulk, to slink, to go stealthily {ww.}
sluipen

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik ben geslopen
jij bent geslopen
hij/zij/het is geslopen
» meer vervoegingen van sluipen

to steal {ww.}
roven

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik heb geroofd
jij hebt geroofd
hij/zij/het heeft geroofd
» meer vervoegingen van roven

to steal {ww.}
stelen
pikken
kapen
weggappen
snuffelen
snaaien
rausjen
ratsen
ontvreemden
klauwen
kaaien
jatten
jatmouzen
gappen
dieven

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik heb gestolen
jij hebt gestolen
hij/zij/het heeft gestolen
» meer vervoegingen van stelen

to steal {ww.}
wegkapen

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik heb weggekaapt
jij hebt weggekaapt
hij/zij/het heeft weggekaapt
» meer vervoegingen van wegkapen

to slip, to steal {ww.}
doorslippen

I have stolen
you have stolen
he/she/it has stolen

ik heb doorgeslipt
jij hebt doorgeslipt
hij/zij/het heeft doorgeslipt
» meer vervoegingen van doorslippen



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Stolen good isn't profitable.

Gestolen goed gedijt niet.

My bike is stolen.

Mijn fiets is gestolen.

I had my watch stolen.

Mijn horloge was gestolen.

My bike was stolen yesterday.

Mijn fiets is gisteren gestolen.

She had her handbag stolen.

Haar handtas is gestolen.

I had my car stolen last night.

Mijn auto is gisteravond gestolen.

The boy denied having stolen the bicycle.

De jongen ontkende de fiets gestolen te hebben.

Yesterday I had my bicycle stolen.

Mijn fiets is gisteren gestolen.

This is the man whose cars were stolen.

Dat is de man wiens auto's gestolen zijn.

This is the woman whose cars were stolen.

Dat is de vrouw wier auto's gestolen zijn.

The police have been searching for the stolen goods for almost a month.

De politie had al bijna een maand gezocht naar de gestolen goederen.


Gerelateerd aan stolen.

steal - abduct - abstract - nick - purloin - skulk - slink - go stealthily - slipsteal - take