Vertaling van take

Inhoud:

Engels
Nederlands
to occupy, to take, to engage, to fill, to hold, to involve {ww.}
bezig houden
beslaan 
bekleden 
bezetten 
in beslag nemen

I take
you take
we take

ik besla
jij beslaat
wij beslaan
» meer vervoegingen van beslaan

to abstract, to take away, to remove, to seize, to take {ww.}
weghalen
afnemen 
afpakken 
wegnemen

I take
you take
we take

ik haal weg
jij haalt weg
wij halen weg
» meer vervoegingen van weghalen

to accept, to receive, to accredit, to admit, to take, to take on {ww.}
accepteren 
ontvangen 
aannemen 

I take
you take
we take

ik accepteer
jij accepteert
wij accepteren
» meer vervoegingen van accepteren

We accept checks.
We accepteren cheques.
I will accept his request.
Ik zal zijn verzoek accepteren.
to lay hold of, to pick up, to take, to get {ww.}
nemen 
pakken
vatten 
aanvatten
oprapen

I take
you take
we take

ik neem
jij neemt
wij nemen
» meer vervoegingen van nemen

You've got to take the bull by the horns!
Je moet de koe bij de horens vatten!
You must take the bull by the horns.
Je moet de koe bij de horens vatten.
to have a subscription, to subscribe to, to subscribe, to take {ww.}
een abonnement nemen
zich abonneren op
abonneren
zich abonneren
een abonnement nemen op

I take
you take
we take

ik abonneer
jij abonneert
wij abonneren
» meer vervoegingen van abonneren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Take care.

Zorg goed voor jezelf.

Please take a seat.

Gaat u zitten.

I'll take this umbrella.

Ik zal deze paraplu nemen.

Take it easy!

Doe het rustig!

I'll take a shower.

Ik ga douchen.

Take the other chair!

Neem de andere stoel!

Take your time.

Neem de tijd.

Please take another one.

Neem er alsjeblieft nog een.

Which do you take?

Welke neem jij?

Take off your shoes.

Doe uw schoenen uit.

Take my advice!

Volg mijn advies!

Take some aspirin.

Neem een aspirientje.

Let's take the bus.

Laten we de bus nemen.

Take a look at this.

Kijk eens naar dit.

Let's take a short break.

Laten we een korte pauze nemen.


Gerelateerd aan take

occupy - engage - fill - hold - involve - abstract - take away - remove - seize - accept - receive - accredit - admit - take on - lay hold ofenrol