Betekenis van:
schaden
schaden
Werkwoord
- iets of iemand schade toebrengen
"Hij schaadde dat prachtige monument."
schade (de ~ | meervoud schades, schaden)
Zelfstandig naamwoord
- nadeel
"schade aanrichten/veroorzaken"
"de schade (op iemand) verhalen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
schade (de ~ | meervoud schades, schaden)
Zelfstandig naamwoord
- aantasting
"geringe schade"
"schade lijden/ondervinden"
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Gebrek aan beweging kan de gezondheid schaden.
- Het belangrijkste is niet te schaden
- (kan de vruchtbaarheid schaden),
- (kan de vruchtbaarheid schaden),
- (kan het ongeboren kind schaden),
- (kan het ongeboren kind schaden),
- Brutobetalingen aan schaden in het lopende boekjaar
- wezenlijke nationale veiligheidsbelangen zou schaden, of
- Brutobetalingen in verband met schaden in het lopende boekjaar
- Brutobedrag van de voorziening voor te betalen schaden
- Brutowijziging van de voorziening voor te betalen schaden (+/-)
- de wezenlijke nationale veiligheidsbelangen van de aangezochte lidstaat zou schaden,
- Belangenconflicten die de belangen van een cliënt kunnen schaden
- een raming van de premies of bijdragen en de schaden;
- Aandeel van herverzekeraars in de brutobetalingen in verband met schaden