Betekenis van:
schilder

schilder (de ~ | meervoud schilders)
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die zijn beroep maakt van het verven van houtwerk en allerlei voorwerpen
"de schilder laten komen"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Schilder
Zelfstandig naamwoord
  • sterrenbeeld

Hyperoniemen

schilder
Zelfstandig naamwoord
  • een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maakt
schilder
Zelfstandig naamwoord
  • een handwerksman die huizen schildert

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Hij is bekend als een groot schilder.
  2. aanbevelingen met betrekking tot preventieve beschermingsmaatregelen voor de schilder.
  3. schilder- en stukadoorswerk voor renovatie en herstel van particuliere woningen ouder dan 15 jaar, met uitzondering van materialen die een beduidend deel van de waarde van de verstrekte diensten vertegenwoordigen.