Betekenis van:
schilder
schilder (de ~ | meervoud schilders)
Zelfstandig naamwoord
- iem. die zijn beroep maakt van het verven van houtwerk en allerlei voorwerpen
"de schilder laten komen"
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
schilder
Zelfstandig naamwoord
- een kunstenaar die geschilderde afbeeldingen maakt
schilder
Zelfstandig naamwoord
- een handwerksman die huizen schildert
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Hij is bekend als een groot schilder.
- aanbevelingen met betrekking tot preventieve beschermingsmaatregelen voor de schilder.
- schilder- en stukadoorswerk voor renovatie en herstel van particuliere woningen ouder dan 15 jaar, met uitzondering van materialen die een beduidend deel van de waarde van de verstrekte diensten vertegenwoordigen.