Betekenis van:
feestdagen
feestdag (de ~ | meervoud feestdagen)
Zelfstandig naamwoord
- jaarlijks terugkerende erkende gedenkdag die gevierd wordt
"nationale feestdag"
"prettige feestdagen"
Hyperoniemen
Voorbeeldzinnen
- We heisen de vlaggen op feestdagen.
- feestdagen
- feestdagen— of
- Feestdagen en vrije dagen
- Vakantieverlof, buitengewoon verlof en feestdagen
- 's nachts, op zon- en feestdagen;
- Deze termijn omvat zaterdagen, zondagen en feestdagen.
- Artikel 20 - Feestdagen en vrije dagen
- feestdagen, zondagen en zaterdagen zijn bij de termijnen inbegrepen;
- De lijst van feestdagen wordt door de directeur vastgesteld.
- de arbeidstijd, overuren, pauzes, rusttijden, nachtarbeid, vakantie en feestdagen;
- Het Agentschap stelt een lijst van feestdagen op.
- een dag van maandag tot vrijdag, met uitzondering van officiële ECB-feestdagen; k)
- De feestdagen en vrije dagen van het gastland zijn ook vrije dagen bij het Instituut.
- werkdagen zijn alle dagen die geen feestdagen, zaterdagen of zondagen zijn.