Betekenis van:
wees

wees
Werkwoord
  • gebiedende wijs van zijn
"Wees lief voor elkaar!"
wees
Zelfstandig naamwoord
  • kind zonder ouders

Synoniemen

Hyperoniemen

wees
Zelfstandig naamwoord
  • (minderjarige) persoon wiens vader en/of moeder is gestorven

Werkwoord


Voorbeeldzinnen

  1. Wees vrolijk.
  2. Wees geliefd.
  3. Wees niet bang.
  4. Wees aardig voor anderen.
  5. Wees alsjeblieft beleefd.
  6. Wees aardig voor anderen.
  7. Tom is een wees.
  8. Wees aardig voor anderen.
  9. Ze wees naar hem.
  10. Wees stil, allemaal.
  11. Wees beleefd tegen je ouders.
  12. Ze wees mijn verzoek af.
  13. Maak je geen zorgen, wees blij!
  14. Hij wees mij eerlijk op mijn tekortkomingen.
  15. Wees alsjeblieft meer voorzichtig in de toekomst.