Betekenis van:
becoming

becoming
Bijvoeglijk naamwoord
  • netjes, fatsoenlijk; fatsoenlijk; zoals het hoort; zoals het hoort
  • according with custom or propriety
"her becoming modesty"

Synoniemen

becoming
Bijvoeglijk naamwoord
  • zich gedragend volgens de goede manieren
  • according with custom or propriety
"her becoming modesty"

Synoniemen

becoming
Bijvoeglijk naamwoord
  • gepast; behoorlijk; fatsoenlijk
  • according with custom or propriety
"her becoming modesty"

Synoniemen

becoming
Bijvoeglijk naamwoord
  • behoorlijk
  • according with custom or propriety
"her becoming modesty"

Synoniemen

becoming
Bijvoeglijk naamwoord
    • displaying or setting off to best advantage
    "a becoming new shade of rose"
    "a becoming portrait"