Betekenis van:
cheerful

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • aardig; opgewekt
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"

Hyperoniemen

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • opgewekt; opgewekt; weer in orde; vrolijk
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"
cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • smeuïg
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"

Hyperoniemen

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • aangenaam voor het verblijf
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"

Hyperoniemen

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen wensen meer hebbend
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"
cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • fleurig
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"

Hyperoniemen

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • gezellig
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"

Hyperoniemen

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
  • glunder
  • being full of or promoting cheer; having or showing good spirits
"her cheerful nature"
"a cheerful greeting"

Hyperoniemen

cheerful
Bijvoeglijk naamwoord
    • pleasantly (even unrealistically) optimistic

    Synoniemen