Betekenis van:
cured

cured
Bijvoeglijk naamwoord
  • heel bejaard
  • (used of tobacco) aging as a preservative process (`aged' is pronounced as one syllable)

Synoniemen

Hyperoniemen

cured
Bijvoeglijk naamwoord
    • freed from illness or injury
    "the patient appears cured"

    Synoniemen

    cured
    Bijvoeglijk naamwoord
      • (used of hay e.g.) allowed to dry
      cured
      Bijvoeglijk naamwoord
        • (used of rubber) treated by a chemical or physical process to improve its properties (hardness and strength and odor and elasticity)

        Synoniemen

        cured
        Bijvoeglijk naamwoord
          • (used of concrete or mortar) kept moist to assist the hardening
          cured
          Bijvoeglijk naamwoord
            • (used especially of meat) cured in brine

            Synoniemen

            Werkwoord