Betekenis van:
diffident

diffident
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van jonge kinderen) bang voor vreemden
  • lacking self-confidence
"stood in the doorway diffident and abashed"

Synoniemen

diffident
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen raad wetend met
  • lacking self-confidence
"stood in the doorway diffident and abashed"

Synoniemen

diffident
Bijvoeglijk naamwoord
  • verlegen; bedeesd; verlegen; psychisch geremd; niet vrij zijn in uitingen en reacties
  • lacking self-confidence
"stood in the doorway diffident and abashed"

Synoniemen

diffident
Bijvoeglijk naamwoord
    • showing modest reserve
    "she was diffident when offering a comment on the professor's lecture"