Betekenis van:
timid

timid
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van jonge kinderen) bang voor vreemden
  • lacking self-confidence
"problems that call for bold not timid responses"

Synoniemen

timid
Bijvoeglijk naamwoord
  • verlegen; bedeesd; verlegen; psychisch geremd; niet vrij zijn in uitingen en reacties
  • lacking self-confidence
"problems that call for bold not timid responses"

Synoniemen

timid
Bijvoeglijk naamwoord
  • geen raad wetend met
  • lacking self-confidence
"problems that call for bold not timid responses"

Synoniemen

timid
Bijvoeglijk naamwoord
    • showing fear and lack of confidence
    timid
    Bijvoeglijk naamwoord
      • lacking conviction or boldness or courage

      Synoniemen

      timid
      Zelfstandig naamwoord
        • people who are fearful and cautious
        "whitewater rafting is not for the timid"

        Synoniemen

        Hyperoniemen