Betekenis van:
frail

frail
Bijvoeglijk naamwoord
  • teer; kwetsbaar; delicaat
  • easily broken or damaged or destroyed
"a frail craft"

Synoniemen

frail
Bijvoeglijk naamwoord
    • physically weak
    "an invalid's frail body"
    frail
    Bijvoeglijk naamwoord
      • wanting in moral strength, courage, or will; having the attributes of man as opposed to e.g. divine beings
      "frail humanity"

      Synoniemen

      frail
      Zelfstandig naamwoord
      • vijgenmand, vijgenmat
      • the weight of a frail (basket) full of raisins or figs; between 50 and 75 pounds

      Hyperoniemen

      frail
      Zelfstandig naamwoord
        • a basket for holding dried fruit (especially raisins or figs)

        Hyperoniemen