Betekenis van:
frequent

to frequent
Werkwoord
frequent bezoeken
be a regular or frequent visitor to a certain place

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to frequent
Werkwoord
do one's shopping at; do business with; be a customer or client of

Synoniemen

Hyperoniemen

frequent
Bijvoeglijk naamwoord
coming at short intervals or habitually
frequent
Bijvoeglijk naamwoord
frequently encountered