Betekenis van:
frontal

frontal
Bijvoeglijk naamwoord
  • van voren
  • meeting front to front
"a frontal attack"

Synoniemen

frontal
Bijvoeglijk naamwoord
  • frontaal
  • belonging to the front part
"a frontal appendage"
frontal
Bijvoeglijk naamwoord
    • of or relating to the front of an advancing mass of air
    "frontal rainfall"
    frontal
    Bijvoeglijk naamwoord
      • of or adjacent to the forehead or frontal bone
      "the frontal lobes"
      frontal
      Zelfstandig naamwoord
      • antependium, altaardoek, frontaal
      • an adornment worn on the forehead

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      frontal
      Zelfstandig naamwoord
        • a drapery that covers the front of an altar

        Hyperoniemen

        frontal
        Zelfstandig naamwoord
        • straatkant
        • the face or front of a building

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        frontal
        Zelfstandig naamwoord
        • ondergevel
        • the face or front of a building

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen