Betekenis van:
glory

glory
Zelfstandig naamwoord
  • lofzang na de woorddienst
  • brilliant radiant beauty
"the glory of the sunrise"

Synoniemen

Hyperoniemen

glory
Zelfstandig naamwoord
  • goddelijke heerlijkheid
  • a state of high honor
"he valued glory above life itself"

Synoniemen

Hyperoniemen

glory
Zelfstandig naamwoord
  • het verheven zijn
  • a state of high honor
"he valued glory above life itself"

Synoniemen

Hyperoniemen

glory
Zelfstandig naamwoord
  • lichtkring
  • an indication of radiant light drawn around the head of a saint

Synoniemen

Hyperoniemen

glory
Zelfstandig naamwoord
  • stralenkrans; stralenkrans om hoofd v.e. heilige
  • an indication of radiant light drawn around the head of a saint

Synoniemen

Hyperoniemen

glory
Zelfstandig naamwoord
  • cirkel van licht rond het hoofd
  • an indication of radiant light drawn around the head of a saint

Synoniemen

Hyperoniemen

to glory
Werkwoord
  • in een rij langslopen; lopen te pronken
  • rejoice proudly

Hyperoniemen

to glory
Werkwoord
  • gloriëren
  • rejoice proudly

Hyperoniemen