Betekenis van:
gracious

gracious
Bijvoeglijk naamwoord
  • medelijden, mededogen hebbend
  • disposed to bestow favors
"thanks to the gracious gods"

Hyperoniemen

gracious
Bijvoeglijk naamwoord
  • geneigd tot vergeven
  • disposed to bestow favors
"thanks to the gracious gods"

Hyperoniemen

gracious
Bijvoeglijk naamwoord
  • boeiend
  • exhibiting courtesy and politeness

Synoniemen

Hyperoniemen

gracious
Bijvoeglijk naamwoord
    • characterized by charm, good taste, and generosity of spirit
    "gracious even to unexpected visitors"
    "gracious living"
    gracious
    Bijvoeglijk naamwoord
      • characterized by kindness and warm courtesy especially of a king to his subjects

      Synoniemen