Betekenis van:
ham

to ham
Werkwoord
  • overdreven acteren
  • exaggerate one's acting

Synoniemen

Hyperoniemen

to ham
Werkwoord
  • overbelichten
  • exaggerate one's acting

Synoniemen

Hyperoniemen

ham
Zelfstandig naamwoord
  • achterbout v.e. varken; ham v.d. achterbout
  • meat cut from the thigh of a hog (usually smoked)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ham
Zelfstandig naamwoord
  • vlees v.d. achterbout
  • meat cut from the thigh of a hog (usually smoked)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ham
Zelfstandig naamwoord
    • a licensed amateur radio operator

    Hyperoniemen

    ham
    Zelfstandig naamwoord
    • knieholte, knieboog
    • an unskilled actor who overacts

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    ham
    Zelfstandig naamwoord
      • (Old Testament) son of Noah
      ham
      Zelfstandig naamwoord
      • zendamateur, radioamateur
      • an unskilled actor who overacts

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      ham
      Zelfstandig naamwoord
      • achterham
      • meat cut from the thigh of a hog (usually smoked)

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      ham
      Zelfstandig naamwoord
      • schink
      • meat cut from the thigh of a hog (usually smoked)

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen