Betekenis van:
intact

intact
Bijvoeglijk naamwoord
    • undamaged in any way
    "the vase remained intact despit rough handling"
    intact
    Bijvoeglijk naamwoord
      • (of a woman) having the hymen unbroken
      "she was intact, virginal"

      Synoniemen

      intact
      Bijvoeglijk naamwoord
        • constituting the undiminished entirety; lacking nothing essential especially not damaged
        "fought to keep the union intact"

        Synoniemen

        intact
        Bijvoeglijk naamwoord
          • (used of domestic animals) sexually competent

          Synoniemen