Betekenis van:
limp

limp
Bijvoeglijk naamwoord
  • onvruchtbaar door droogte
  • not firm

Synoniemen

Hyperoniemen

limp
Bijvoeglijk naamwoord
    • lacking in strength or firmness or resilience
    "gave a limp handshake"
    "a limp gesture as if waving away all desire to know"
    limp
    Bijvoeglijk naamwoord
    • verlept
    • not firm

    Synoniemen

    to limp
    Werkwoord
    • hinken; mank gaan; kreupel lopen
    • walk impeded by some physical limitation or injury

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to limp
    Werkwoord
    • proberen een lift te krijgen
    • walk impeded by some physical limitation or injury

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to limp
    Werkwoord
    • gebrekkig lopen
    • walk impeded by some physical limitation or injury

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to limp
    Werkwoord
      • proceed slowly or with difficulty
      "the boat limped into the harbor"

      Hyperoniemen

      to limp
      Werkwoord
      • voorspannen
      • walk impeded by some physical limitation or injury

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      limp
      Zelfstandig naamwoord
        • the uneven manner of walking that results from an injured leg

        Synoniemen

        Hyperoniemen