Betekenis van:
manager
manager
Zelfstandig naamwoord
- bestuurder, leider
- someone who controls resources and expenditures
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
manager
Zelfstandig naamwoord
- trainer v.e. team; iemand die anderen traint
- (sports) someone in charge of training an athlete or a team
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
manager
Zelfstandig naamwoord
- iemand die anderen traint
- (sports) someone in charge of training an athlete or a team
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
manager
Zelfstandig naamwoord
- manager
- someone who controls resources and expenditures
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
manager
Zelfstandig naamwoord
- uitbater; iemand die een zaak beheert
- someone who controls resources and expenditures
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
manager
Zelfstandig naamwoord
- hoofd van een school, inrichting, onderneming enz.
- someone who controls resources and expenditures
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
manager
Zelfstandig naamwoord
- beheerder
- someone who controls resources and expenditures
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Voorbeeldzinnen
- Tom became a manager.
- I'm Tom's case manager.
- Speak to the manager.
- She's the manager.
- I'm a restaurant manager.
- Are you the manager?
- Call the manager.
- The owners appointed him manager.
- He isn't actually the manager.
- Who is the Assistant Manager?
- The manager approved our plan.
- May I introduce our sales manager, Abe?
- I'm going to complain to the manager.
- The manager deals with many problems.
- This company needs a new manager.