Betekenis van:
chief

chief
Zelfstandig naamwoord
  • stamhoofd
  • the head of a tribe or clan

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • degene die leiding geeft
  • a person who is in charge

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • leider; kapitein op een schip
  • a person who is in charge

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • leider v.e. groep
  • the head of a tribe or clan

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd v.e. stam
  • the head of a tribe or clan

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • invloedrijk iemand
  • a person who exercises control over workers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • opzichter; hoofd v.d. werklieden
  • a person who exercises control over workers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die de leiding heeft bij het uitvoeren van bouwprojecten
  • a person who exercises control over workers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Zelfstandig naamwoord
  • druiper
  • a person who exercises control over workers

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

chief
Bijvoeglijk naamwoord
    • most important element
    "the chief aim of living"

    Synoniemen