Betekenis van:
nut

nut
Zelfstandig naamwoord
  • eetbare vrucht met houtige schil
  • usually large hard-shelled seed

Hyperoniemen

Hyponiemen

nut
Zelfstandig naamwoord
  • ringetje waar je een bout door draait
  • a small (usually square or hexagonal) metal block with internal screw thread to be fitted onto a bolt

Hyperoniemen

Hyponiemen

nut
Zelfstandig naamwoord
  • aardewerken pot
  • a small (usually square or hexagonal) metal block with internal screw thread to be fitted onto a bolt

Hyperoniemen

Hyponiemen

nut
Zelfstandig naamwoord
  • orgaan waar de spermacellen worden gevormd
  • one of the two male reproductive glands that produce spermatozoa and secrete androgens

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

nut
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die excentriek is
  • a whimsically eccentric person

Synoniemen

Hyperoniemen

nut
Zelfstandig naamwoord
    • someone who is so ardently devoted to something that it resembles an addiction
    "a car nut"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    nut
    Zelfstandig naamwoord
    • borrelnootje
    • usually large hard-shelled seed

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    nut
    Zelfstandig naamwoord
      • Egyptian goddess of the sky
      nut
      Zelfstandig naamwoord
      • geslachtsklier
      • one of the two male reproductive glands that produce spermatozoa and secrete androgens

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      nut
      Zelfstandig naamwoord
        • half the width of an em

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to nut
        Werkwoord
          • gather nuts

          Hyperoniemen