Betekenis van:
old

old
Bijvoeglijk naamwoord
  • lang bestaand
  • of long duration; not new
"old tradition"
"old house"
old
Bijvoeglijk naamwoord
  • al te simpel
  • (used informally especially for emphasis)
"had us a high old time"

Synoniemen

Hyperoniemen

old
Bijvoeglijk naamwoord
  • vorig; voormalig, van vroeger
  • belonging to some prior time

Synoniemen

old
Bijvoeglijk naamwoord
    • (used for emphasis) very familiar
    "good old boy"
    "same old story"
    old
    Bijvoeglijk naamwoord
      • skilled through long experience
      "an old offender"
      "the older soldiers"

      Synoniemen

      old
      Bijvoeglijk naamwoord
        • (used especially of persons) having lived for a relatively long time or attained a specific age
        "his mother is very old"
        "a ripe old age"
        old
        Bijvoeglijk naamwoord
          • just preceding something else in time or order
          "my old house was larger"

          Synoniemen

          old
          Bijvoeglijk naamwoord
            • of a very early stage in development
            old
            Zelfstandig naamwoord
              • past times (especially in the phrase `in days of old')

              Hyperoniemen