Betekenis van:
ordination

ordination
Zelfstandig naamwoord
  • officiële toetreding tot priesterschap
  • the act of ordaining; the act of conferring (or receiving) holy orders
"the rabbi's family was present for his ordination"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ordination
Zelfstandig naamwoord
  • bevestiging van een predikant
  • the act of ordaining; the act of conferring (or receiving) holy orders
"the rabbi's family was present for his ordination"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ordination
Zelfstandig naamwoord
  • plechtige zegening; wijding
  • the act of ordaining; the act of conferring (or receiving) holy orders
"the rabbi's family was present for his ordination"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ordination
Zelfstandig naamwoord
  • wijze waarop zaken elkaar volgen
  • logical or comprehensible arrangement of separate elements

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ordination
Zelfstandig naamwoord
  • gestructureerde rangschikking
  • logical or comprehensible arrangement of separate elements

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ordination
Zelfstandig naamwoord
    • the status of being ordained to a sacred office

    Hyperoniemen

    ordination
    Zelfstandig naamwoord
    • regelmaat
    • logical or comprehensible arrangement of separate elements

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen