Betekenis van:
peace

peace
Zelfstandig naamwoord
  • overeenkomst tot vrede; akkoord over vrede; toestand van rust
  • a treaty to cease hostilities
"peace came on November 11th"

Synoniemen

Hyperoniemen

peace
Zelfstandig naamwoord
  • toestand zonder oorlog
  • the state prevailing during the absence of war

Hyperoniemen

Hyponiemen

peace
Zelfstandig naamwoord
    • harmonious relations; freedom from disputes
    "the roommates lived in peace together"

    Hyperoniemen

    peace
    Zelfstandig naamwoord
      • the general security of public places
      "he was arrested for disturbing the peace"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      peace
      Zelfstandig naamwoord
      • gemoedsrust, sereniteit, zielenrust
      • the absence of mental stress or anxiety

      Synoniemen

      Hyperoniemen