Betekenis van:
personal

personal
Bijvoeglijk naamwoord
  • slechts geldend voor of uitgaand van één persoon of enkele personen
  • concerning or affecting a particular person or his or her private life and personality
"a personal favor"
"for your personal use"

Hyperoniemen

personal
Bijvoeglijk naamwoord
  • uit personen bestaand
  • of or arising from personality
"personal magnetism"
personal
Bijvoeglijk naamwoord
  • van individuele personen uitgaand of door hen in stand gehouden
  • concerning or affecting a particular person or his or her private life and personality
"a personal favor"
"for your personal use"

Hyperoniemen

personal
Bijvoeglijk naamwoord
  • behorend tot of betr. hebbend op een bepaald persoon
  • concerning or affecting a particular person or his or her private life and personality
"a personal favor"
"for your personal use"
personal
Bijvoeglijk naamwoord
    • intimately concerning a person's body or physical being
    "personal hygiene"
    personal
    Bijvoeglijk naamwoord
      • indicating grammatical person
      "personal verb endings"
      personal
      Bijvoeglijk naamwoord
        • particular to a given individual
        personal
        Zelfstandig naamwoord
          • a short newspaper article about a particular person or group

          Hyperoniemen