Betekenis van:
plus

plus
Bijvoeglijk naamwoord
  • aanvullend; toegevoegd; ingesloten; meer dan normaal; bijkomend
  • involving advantage or good
"a plus (or positive) factor"

Synoniemen

plus
Bijvoeglijk naamwoord
    • on the positive side or higher end of a scale
    "a plus value"
    "temperature of plus 5 degrees"
    plus
    Zelfstandig naamwoord
    • rekenkundige opgave
    • the arithmetic operation of summing; calculating the sum of two or more numbers
    "four plus three equals seven"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    plus
    Zelfstandig naamwoord
    • optelling van functiewaarden
    • the arithmetic operation of summing; calculating the sum of two or more numbers
    "four plus three equals seven"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    plus
    Zelfstandig naamwoord
    • rekenkundige opgave waarbij verschillende getallen opgeteld moeten worden
    • the arithmetic operation of summing; calculating the sum of two or more numbers
    "four plus three equals seven"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    plus
    Zelfstandig naamwoord
    • summatie
    • the arithmetic operation of summing; calculating the sum of two or more numbers
    "four plus three equals seven"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    plus
    Zelfstandig naamwoord
    • pluspunt
    • a useful or valuable quality

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    plus
    Zelfstandig naamwoord
    • creditpost
    • a useful or valuable quality

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen