Betekenis van:
porter

porter
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die bagage voor een ander draagt; rekje achterop de fiets; iemand die bagage sjouwt
  • a railroad employee who assists passengers (especially on sleeping cars)

Synoniemen

Hyperoniemen

porter
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die ingang v.e. gebouw bewaakt
  • someone who guards an entrance

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

porter
Zelfstandig naamwoord
  • huisbewaarder, toezichthouder in een gebouw
  • someone who guards an entrance

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

porter
Zelfstandig naamwoord
    • a very dark sweet ale brewed from roasted unmalted barley

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    porter
    Zelfstandig naamwoord
      • a person employed to carry luggage and supplies

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      porter
      Zelfstandig naamwoord
      • spoorwachter, baanwachter
      • someone who guards an entrance

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      porter
      Zelfstandig naamwoord
        • United States writer of short stories whose pen name was O. Henry (1862-1910)

        Synoniemen

        porter
        Zelfstandig naamwoord
        • overwegwachter
        • someone who guards an entrance

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        porter
        Zelfstandig naamwoord
        • poortwachter
        • someone who guards an entrance

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        porter
        Zelfstandig naamwoord
          • United States composer and lyricist of musical comedies (1891-1946)

          Synoniemen

          porter
          Zelfstandig naamwoord
            • United States writer of novels and short stories (1890-1980)

            Synoniemen

            to porter
            Werkwoord
              • carry luggage or supplies
              "They portered the food up Mount Kilimanjaro for the tourists"

              Hyperoniemen