Betekenis van:
pry

to pry
Werkwoord
  • met een hefboom op- of uitlichten
  • to move or force, especially in an effort to get something open
"Raccoons managed to pry the lid off the garbage pail"

Synoniemen

Hyperoniemen

to pry
Werkwoord
  • rondneuzen; rondsnuffelen in; rondkijken; een beetje huilen
  • search or inquire in a meddlesome way

Synoniemen

Hyperoniemen

to pry
Werkwoord
    • be nosey
    "Don't pry into my personal matters!"

    Hyperoniemen

    to pry
    Werkwoord
    • snuffen
    • search or inquire in a meddlesome way

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to pry
    Werkwoord
    • grasduinen
    • search or inquire in a meddlesome way

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to pry
    Werkwoord
      • make an uninvited or presumptuous inquiry

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      pry
      Zelfstandig naamwoord
      • langwerpig stuk gereedschap
      • a heavy iron lever with one end forged into a wedge

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      pry
      Zelfstandig naamwoord
      • werktuig om sloten en deuren enz. open te breken of metselwerk af te breken
      • a heavy iron lever with one end forged into a wedge

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen