Betekenis van:
shut-in

shut-in
Zelfstandig naamwoord
    • someone who is incapacitated by a chronic illness or injury

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    shut-in
    Bijvoeglijk naamwoord
      • confined usually by illness

      Synoniemen

      shut-in
      Bijvoeglijk naamwoord
        • somewhat introverted

        Synoniemen

        Werkwoord