Betekenis van:
shut

to shut
Werkwoord
  • dichten; sluiten; dichtmaken; medewerking aan iets ongunstigs; dicht maken
  • move so that an opening or passage is obstructed; make shut
"shut the window"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to shut
Werkwoord
  • door sluiting ontoegankelijk maken
  • move so that an opening or passage is obstructed; make shut
"shut the window"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to shut
Werkwoord
  • beletten ergens te komen
  • prevent from entering; shut out
"The trees were shutting out all sunlight"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to shut
Werkwoord
  • gesloten worden
  • become closed

Synoniemen

Hyperoniemen

to shut
Werkwoord
  • dichtgaan
  • become closed

Synoniemen

Hyperoniemen

to shut
Werkwoord
  • luiken
  • move so that an opening or passage is obstructed; make shut
"shut the window"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

shut
Bijvoeglijk naamwoord
    • used especially of mouth or eyes
    "his eyes were shut against the sunlight"

    Synoniemen

    shut
    Bijvoeglijk naamwoord
      • not open
      "the door slammed shut"

      Synoniemen