Betekenis van:
bang

bang
Zelfstandig naamwoord
  • het ineenstorten
  • a conspicuous success
"the party went with a bang"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • rode wangen
  • the swift release of a store of affective force
"they got a great bang out of it"

Synoniemen

Hyperoniemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • succesvolle single; grote hit; zeer succesvol optreden, uitgave etc.; zeer geslaagd muzieknummer
  • a conspicuous success
"the party went with a bang"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • populair lied
  • a conspicuous success
"the party went with a bang"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • laatste deel van een ren of loop, waarin de snelheid maximaal wordt opgevoerd
  • the swift release of a store of affective force
"they got a great bang out of it"

Synoniemen

Hyperoniemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • soort vanillewafeltje
  • a border of hair that is cut short and hangs across the forehead

Synoniemen

Hyperoniemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • haar over het voorhoofd
  • a border of hair that is cut short and hangs across the forehead

Synoniemen

Hyperoniemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • geluid van slaan
  • a sudden very loud noise

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bang
Zelfstandig naamwoord
  • succes, klapper, knaller, topper
  • a conspicuous success
"the party went with a bang"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bang
Zelfstandig naamwoord
    • a vigorous blow
    "he got a bang on the head"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • een knal geven
    • to produce a sharp often metallic explosive or percussive sound
    "One of them banged the sash of the window nearest my bed"

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • petsen
    • to produce a sharp often metallic explosive or percussive sound
    "One of them banged the sash of the window nearest my bed"

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • krachtig kloppen
    • to produce a sharp often metallic explosive or percussive sound
    "One of them banged the sash of the window nearest my bed"

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • met een klap dichtdoen
    • close violently

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • al gooiend dichtdoen; dichtsmijten; gooiend dichtdoen
    • close violently

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • met een klap dichtdoen; dichtdoen
    • strike violently

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • met een klap dichtgaan
    • close violently

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • ploffen
    • move noisily
    "The window banged shut"
    "The old man banged around the house"

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
    • dichtslaan
    • close violently

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    to bang
    Werkwoord
      • leap, jerk, bang

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      bang
      Bijwoord
        • directly
        "he ran bang into the pole"

        Synoniemen